Schengeninformatiesysteem (SIS)

Het Schengeninformatiesysteem (SIS) is een grootschalig IT-systeem dat is opgezet als compenserende maatregel voor de afschaffing van de controles aan de binnengrenzen. Het heeft tot doel een hoog niveau van veiligheid te garanderen in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van de Europese Unie (EU), onder meer door handhaving van de openbare orde en veiligheid en vrijwaring van de veiligheid op het grondgebied van de lidstaten.

Het SIS wordt ten uitvoer gelegd in alle lidstaten van de EU en in vier geassocieerde staten: IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein.

Het SIS is een informatiesysteem dat nationale rechtshandhavings-, justitiële en administratieve autoriteiten in staat stelt specifieke taken te verrichten door relevante gegevens te delen. Ook de Europese agentschappen Europol, Eurojust en Frontex hebben beperkte toegangsvoorrechten tot dit systeem.


Architectuur van het SIS

Het SIS bestaat uit 1) een centraal systeem (het “centrale SIS”), 2) een nationaal systeem (het “N.SIS”) in elke lidstaat, dat in verbinding staat met het centrale SIS, en 3) een communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale systemen waarmee een versleuteld virtueel netwerk tot stand wordt gebracht dat specifiek bestemd is voor SIS-gegevens en voor de uitwisseling van gegevens tussen de Sirene-bureaus.

Rechtsgrondslag van het SIS

Het huidige rechtskader van het SIS bestaat uit drie verordeningen, die drie bevoegdheidsdomeinen bestrijken:

  • Verordening (EU) 2018/1860 (“SIS-verordening betreffende het gebruik van het SIS voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen”);
  • Verordening (EU) 2018/1861 (“SIS-verordening op het gebied van grenscontroles”);
  • Verordening (EU) 2018/1862 (“SIS-verordening op het gebied van politiële en justitiële samenwerking”).

Soorten informatie die in het SIS worden verwerkt (signaleringen)

Het SIS bevat twee grote categorieën van informatie: signaleringen van personen en signaleringen van voorwerpen.

Wat signaleringen van personen betreft, heeft het SIS betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen:

  • onderdanen van derde landen die het voorwerp uitmaken van een weigering van toegang tot of verblijf in het Schengengebied of van een terugkeerprocedure;
  • personen die worden gezocht met het oog op aanhouding en overlevering of uitlevering (in het geval van geassocieerde landen);
  • vermiste personen (met inbegrip van kwetsbare personen die het reizen moet worden belet, bijvoorbeeld kinderen die een groot risico lopen om door een ouder te worden ontvoerd, kinderen die het risico lopen om het slachtoffer te worden van mensenhandel en kinderen die het risico lopen om als buitenlandse terroristische strijders te worden gerekruteerd);
  • personen die worden gezocht om hun medewerking te verlenen bij strafrechtelijke procedures;
  • personen die het voorwerp uitmaken van onopvallende controles, onderzoekscontroles of gerichte controles;
  • onbekende gezochte personen die gelinkt zijn aan een misdrijf (bijvoorbeeld personen van wie de vingerafdrukken werden aangetroffen op een wapen dat bij een misdrijf is gebruikt);
  • onderdanen van derde landen die het voorwerp uitmaken van informatiesignaleringen in het belang van de Unie.

Wat signaleringen van voorwerpen betreft, slaat het SIS gegevens op over voorwerpen die worden gezocht met het oog op inbeslagneming of gebruik als bewijsmateriaal in strafrechtelijke procedures. Tot deze voorwerpen behoren voertuigen, vaartuigen, vuurwapens, gestolen, verduisterde, anderszins vermiste of ongeldig gemaakte identiteitsdocumenten, bankbiljetten, kredietkaarten, blanco documenten en “waardevolle voorwerpen” (bijvoorbeeld informaticamateriaal dat aan de hand van een uniek identificatienummer kan worden geïdentificeerd en gezocht).

Categorieën van persoonsgegevens die in het SIS worden verwerkt

Wanneer de signalering betrekking heeft op een persoon (met uitzondering van onbekende gezochte personen), moeten de volgende gegevens altijd worden opgenomen: de naam, de geboortedatum, de reden van de signalering, het geslacht, een verwijzing naar de aan de signalering ten grondslag liggende beslissing, de grond van de beslissing tot weigering van toegang en verblijf (indien van toepassing), de te ondernemen actie, de uiterste datum van de termijn voor vrijwillig vertrek (indien van toepassing), en de vermelding of de terugkeer al dan niet gepaard gaat met een inreisverbod. Indien beschikbaar, kunnen ook de volgende gegevens in de signalering worden opgenomen: bijzondere, objectieve en onveranderlijke fysieke kenmerken; de geboorteplaats; foto’s; vingerafdrukken; nationaliteit(en); de vermelding of de betrokkene gewapend, gewelddadig of ontsnapt is; de signalerende autoriteit; en links naar andere signaleringen die in het SIS zijn ingevoerd overeenkomstig artikel 48 van Verordening (EU) 2018/1861 of artikel 63 van Verordening (EU) 2018/1862.

Wanneer de signalering betrekking heeft op onbekende gezochte personen, mogen uitsluitend dactyloscopische gegevens worden verwerkt, hetzij volledige of onvolledige sets vingerafdrukken of handpalmafdrukken, die vanwege hun uniciteit en de referentiepunten die zij bevatten, accurate en definitieve vergelijkingen mogelijk maken ten aanzien van de identiteit van een persoon.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) houdt toezicht op de gegevensverwerkingen in het centrale SIS (beheerd door eu-LISA). De nationale toezichthoudende autoriteiten, waaronder de GBA, houden toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerkingsactiviteiten in het kader van het N.SIS, evenals op de doorgifte van die gegevens en op de uitwisseling en verdere verwerking van aanvullende informatie.

In dit verband voert de GBA om de vier jaar een reeks audits uit naar de gegevensverwerkingsactiviteiten in het kader van het N.SIS.

Daarnaast werd binnen het Europees Comité voor gegevensbescherming het Coordinated Supervision Committee (CSC) opgericht, waarin de EDPS en de nationale toezichthoudende autoriteiten vertegenwoordigd zijn, teneinde een geharmoniseerd toezicht op de Europese systemen, waaronder het SIS, te waarborgen. Het CSC komt regelmatig bijeen (in de praktijk viermaal per jaar) en stelt de leden in staat relevante informatie uit te wisselen, elkaar bij te staan bij audits en onderzoeken, problemen met betrekking tot het wettelijk kader en de praktische implementatie van het systeem te analyseren en hiervoor gemeenschappelijke oplossingen uit te werken, alsook de rechten van betrokkenen te bevorderen. 

De betrokkene moet zijn rechten kunnen uitoefenen met betrekking tot zijn in het SIS verwerkte persoonsgegevens, zoals voorzien in de artikelen 15, 16 en 17 van de AVG en in de artikelen 14 en 16, leden 1 en 2, van Richtlijn (EU) 2016/680, en overeenkomstig de SIS-verordeningen. Daarnaast heeft de betrokkene het recht om een rechtsmiddel in te stellen teneinde deze rechten te doen gelden.

De betrokkene beschikt dus over de volgende rechten:

  • het recht op inzage in de hem betreffende gegevens die in het SIS worden verwerkt;
  • het recht op rectificatie van onjuiste gegevens;
  • het recht op wissing van onrechtmatig bewaarde gegevens;
  • het recht om een rechtsmiddel in te stellen bij de rechtbanken of de bevoegde toezichthoudende autoriteiten teneinde inzage te verkrijgen in gegevens, gegevens te laten rectificeren of wissen, informatie te ontvangen of schadevergoeding te bekomen in verband met een hem betreffende signalering.

Eenieder die een van deze rechten uitoefent, kan zich richten tot de bevoegde autoriteiten in een Schengenstaat naar keuze. Deze mogelijkheid bestaat omdat alle nationale databanken (N.SIS) identiek zijn aan de centrale databank (centrale SIS). Bijgevolg kunnen deze rechten in elk Schengenland worden uitgeoefend, ongeacht de staat die de signalering heeft ingevoerd.

De lidstaat die het verzoek van de betrokkene ontvangt, moet echter vooraf de lidstaat raadplegen die de signalering heeft ingevoerd alvorens de betrokkene informatie te verstrekken over de in het SIS verwerkte gegevens.

Ter ondersteuning van betrokkenen bij de uitoefening van hun rechten heeft het CSC een gids gepubliceerd inzake de uitoefening van het recht op inzage, rectificatie en wissing, waarnaar wordt verwezen in de rubriek “Interessante links” op deze webpagina. De gids bevat in deel 3 de lijst van nationale autoriteiten die bevoegd zijn om verzoeken van betrokkenen te behandelen, alsook de wijze waarop deze verzoeken moeten worden ingediend, met inbegrip van eventuele nationale vereisten, en de middelen die daartoe ter beschikking worden gesteld.

Ongeacht de specifieke nationale procedures voor de behandeling van een verzoek tot inzage, rectificatie of wissing van in het SIS verwerkte gegevens, moet het antwoord aan de betrokkene binnen een strikte gemeenschappelijke termijn worden verstrekt.

De betrokkene wordt onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na ontvangst van het verzoek, geïnformeerd over het gevolg dat aan de uitoefening van het recht wordt gegeven. Deze termijn kan, indien nodig, met nog eens twee maanden worden verlengd. In dat geval wordt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis gesteld van die verlenging en van de redenen voor de vertraging.

Recht van inzage

Het recht op inzage in de in het SIS verwerkte gegevens is vastgelegd in artikel 53, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1861 en in artikel 67, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1862. Deze bepalingen verwijzen naar het recht op inzage zoals voorzien in artikel 15 van de AVG en artikel 14 van de LED.

Dit betekent dat de betrokkene het recht heeft om uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens in het SIS. Indien daarvan sprake is, heeft de betrokkene het recht om inzage te verkrijgen in die persoonsgegevens en in de volgende informatie:

  • het verwerkingsdoeleinde;
  • de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
  • de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn verstrekt, met name in derde landen of internationale organisaties;
  • de voorziene bewaartermijn van de persoonsgegevens;
  • het bestaan van het recht om rectificatie van onjuiste gegevens of wissing van onrechtmatig bewaarde gegevens te verzoeken;
  • het recht om een klacht in te dienen;
  • de bron van de gegevens wanneer deze bij een derde zijn verzameld.

Evenwel wordt het recht op inzage uitgeoefend overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek wordt ingediend, en kan de inzage in de gegevens worden beperkt, dat wil zeggen dat kan worden besloten de betrokkene geheel of gedeeltelijk geen informatie te verstrekken. Dit is mogelijk voor zover die beperking een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt in een democratische samenleving, met inachtneming van de grondrechten en de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene, teneinde:

  • te voorkomen dat officiële of gerechtelijke onderzoeken of procedures worden belemmerd;
  • te voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
  • de openbare veiligheid te beschermen;
  • de nationale veiligheid te beschermen; of
  • de rechten en vrijheden van anderen te beschermen.

In dat geval wordt de verzoeker schriftelijk en onverwijld in kennis gesteld van elke weigering of beperking van inzage, tenzij het verstrekken van een dergelijke motivering afbreuk zou doen aan een van de bovengenoemde doelstellingen. De autoriteit die het verzoek tot inzage ontvangt, informeert de verzoeker dat hij een klacht kan indienen bij de gegevensbeschermingsautoriteit of een voorziening in rechte kan instellen.

Indien de inzage geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, kunnen betrokkenen hun rechten ten aanzien van het SIS uitoefenen via de bevoegde gegevensbeschermingsautoriteit. De gids van het CSC inzake de uitoefening van het recht op inzage, rectificatie en wissing, waarnaar wordt verwezen in de rubriek “Interessante links” op deze webpagina, bevat eveneens de naam en de contactgegevens van de toezichthoudende autoriteiten op het gebied van gegevensbescherming in elke Schengenstaat.

Recht op rectificatie en wissing van gegevens

Naast het recht op inzage bestaat ook het recht op rectificatie van feitelijk onjuiste of onvolledige persoonsgegevens, alsook het recht op wissing van onrechtmatig bewaarde persoonsgegevens (artikel 53, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1861 en artikel 67, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1862).

Krachtens het rechtskader van Schengen kan alleen de lidstaat die verantwoordelijk is voor het invoeren van een signalering in het SIS deze wijzigen of wissen (zie artikel 44, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1861 en artikel 59, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1862).

Indien het verzoek wordt ingediend in een lidstaat die de signalering niet heeft ingevoerd, werken de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten samen om de zaak te behandelen, door informatie uit te wisselen en de nodige verificaties uit te voeren.

De verzoeker dient de redenen voor zijn verzoek tot rectificatie of wissing van de gegevens te vermelden en alle relevante informatie ter ondersteuning daarvan te verstrekken.

Rechtsmiddelen: het recht om een klacht in te dienen bij de gegevensbeschermingsautoriteit of een gerechtelijke procedure in te stellen

Artikel 54 van Verordening (EU) 2018/1861 en artikel 68 van Verordening (EU) 2018/1862 voorzien in de rechtsmiddelen waarover personen beschikken wanneer hun verzoek niet is ingewilligd. Eenieder kan zich wenden tot de rechtbanken of een naar het nationale recht van elke lidstaat bevoegde instantie met het oog op inzage, rectificatie of wissing, dan wel op het verkrijgen van informatie of schadevergoeding in verband met een hem betreffende signalering.

In geval van een klacht met een grensoverschrijdend element dienen de toezichthoudende autoriteiten met elkaar samen te werken om de rechten van de betrokkenen te waarborgen.

De uitoefening van de rechten op inzage, rectificatie en wissing met betrekking tot het SIS verschilt naargelang de signalering is ingevoerd met het oog op weigering van toegang tot of verblijf in het Schengengebied dan wel met het oog op politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.

Indien uw verzoek betrekking heeft op een signalering met het oog op weigering van toegang tot of verblijf in het Schengengebied naar aanleiding van een administratieve beslissing van de Belgische Dienst Vreemdelingenzaken, moet dit verzoek worden gericht aan:

Dienst Vreemdelingenzaken
Bureau CSIS
Pachecolaan 44, 1000 Brussel
e-mail : csis@ibz.fgov.be

Indien u binnen de standaardtermijn van één maand na ontvangst van uw verzoek geen antwoord ontvangt van de Dienst Vreemdelingenzaken, of indien dit antwoord niet bevredigend is, kunt u een klacht indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Indien uw verzoek betrekking heeft op een andere door de Belgische autoriteiten ingevoerde signalering (met het oog op politiële en justitiële samenwerking in strafzaken), moet dit verzoek worden gericht aan:

Controleorgaan op de politionele informatie
Leuvenseweg 48, 1000 Brussel
E-mail : info@controleorgaan.be
Website: www.controleorgaan.be

Overeenkomstig artikel 42 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens deelt het Controleorgaan op de politionele informatie in beginsel enkel aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties werden verricht.

Indien de signalering door een andere lidstaat werd ingevoerd, dient het verzoek aan de bevoegde instantie te worden gericht overeenkomstig de modaliteiten die zijn opgenomen in de gids van het CSC inzake de uitoefening van het recht op inzage, rectificatie en wissing, waarnaar wordt verwezen in de rubriek “Interessante links”.

Op verzoeken tot uitoefening van rechten bij de Dienst Vreemdelingenzaken en het Controleorgaan op de politionele informatie zijn ontvankelijkheidsvoorwaarden van toepassing: het verzoek moet schriftelijk, gedateerd en ondertekend zijn door de betrokkene of diens advocaat. De betrokkene moet ook zijn identiteit bewijzen door een kopie van een identiteitsbewijs bij te voegen (recto verso). Een advocaat moet zijn hoedanigheid bewijzen en ook de volmacht van zijn cliënt bijvoegen. Het verzoek moet duidelijk het doel van het verzoek vermelden, evenals het type signalering waarop het verzoek betrekking heeft. Bij gebreke van deze elementen kan het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

Indien u er evenwel voor kiest uw verzoek met betrekking tot het SIS in te dienen bij de GBA, moeten het doel van het verzoek en het type signalering (met het oog op weigering van toegang of verblijf/entry ban, dan wel met het oog op politiële en justitiële samenwerking in strafzaken) duidelijk worden vermeld, aangezien in België verschillende organisaties bevoegd zijn afhankelijk van het doel van het verzoek. Bij gebreke daarvan kan het verzoek worden afgewezen.

Interessante links