Organisatie

De Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) is een onafhankelijk orgaan dat erop toeziet dat de grondbeginselen van de bescherming van de persoonsgegevens correct worden nageleefd. De Gegevensbeschermingsautoriteit werd opgericht door de Belgische Federale Kamer van volksvertegenwoordigers bij Wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit en is de opvolger van de voormalige Privacycommissie.


De Gegevensbeschermingsautoriteit is samengesteld uit 5 directies en een Directiecomité.

Het Algemeen Secretariaat heeft als horizontale ondersteunende taken:

  • het beheren van vragen met betrekking tot de human resources, de begroting en de informatica van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
  • het beheren van elke juridische aangelegenheid met betrekking tot het beheer en de werking van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
  • het beheren van de interne en externe communicatie.

Het Algemeen Secretariaat heeft eveneens als uitvoerende taken het:

  • toezien op de maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen die een impact hebben op de bescherming van de persoonsgegevens;
  • opstellen van de lijst van de verwerkingen die een impactanalyse met betrekking tot de gegevensbescherming vereisen;
  • geven van advies in het kader van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling aan een verantwoordelijke voor de verwerking in het kader van een raadpleging door de verantwoordelijke van de verwerking van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
  • goedkeuren van de gedragscodes;
  • bevorderen van de invoering van certificeringsmechanismen en het goedkeuren van de criteria voor certificering;
  • het opstellen en het bekendmaken van de criteria voor de accreditatie van een orgaan voor het toezicht op gedragscodes;
  • zorgen voor de accreditatie van een orgaan voor het toezicht op gedragscodes;
  • goedkeuren van de modelcontractbepalingen en de bindende ondernemingsregels.
Directeur: David Stevens

De Eerstelijnsdienst:

  • ontvangt de klachten en verzoeken die worden toegestuurd aan de Gegevensbeschermingsautoriteit;
  • kan een bemiddelingsprocedure opstarten;
  • bevordert de gegevensbescherming bij het publiek, waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan minderjarigen;
  • bevordert de bewustwording bij de verantwoordelijken voor de verwerking en de verwerkers van hun verplichtingen;
  • verstrekt aan de betrokken personen informatie over de uitoefening van hun rechten.
Directeur: Charlotte Dereppe

Het Kenniscentrum verstrekt, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek

  • adviezen omtrent elke aangelegenheid met betrekking tot de verwerkingen van persoonsgegevens;
  • aanbevelingen met betrekking tot de maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen die een weerslag kunnen hebben op de verwerkingen van persoonsgegevens.

Het Kenniscentrum is samengesteld uit zes leden en de directeur van het kenniscentrum

Directeur: Alexandra Jaspar

Leden

  • Yves-Alexandre de Montjoie

  • Marie-Hélène Descamps

  • Bart Preneel

  • Frank Robben

  • Nicolas Waeyaert

  • Séverine Waterbley

De Inspectiedienst is “het onderzoeksorgaan van de Gegevensbeschermingsautoriteit”. Dit betekent dat hij belast is met het onderzoek van klachten over en ernstige aanwijzingen van inbreuken op de wetgeving inzake persoonsgegevens. De Inspectiedienst heeft op basis van de wet van 3 december 2017 eigen medewerkers, onderzoeksmogelijkheden, een legitimatiebewijs en werkt volgens een procedure.

De medewerkers

De Inspectiedienst wordt geleid door de Inspecteur-generaal en is samengesteld uit inspecteurs. Zij worden ondersteund door een secretariaat. De inspecteurs hebben verschillende profielen (auditors, experten informatieveiligheid en juristen) zodat een multidisciplinaire benadering mogelijk is. Op die manier kunnen technische, organisatorische en juridische aspecten onderzocht worden.

De procedure voor het opstarten van een onderzoek

Er bestaan verschillende manieren om een onderzoek te laten opstarten door de Inspectiedienst:

  • op initiatief van het Directiecomité
    • als er ernstige aanwijzingen van een inbreuk zijn,
    • als het nodig is om samen te werken met een buitenlandse gegevensbeschermingsautoriteit, of
    • als er een vraag komt van een rechterlijke instantie of een administratieve toezichthouder. 
  • op initiatief van de Geschillenkamer
    • als er een klacht is waarvoor een onderzoek nodig is, of
    • als een aanvullend onderzoek nodig is.
  • op initiatief van de Inspectiedienst zelf als er ernstige aanwijzingen van een inbreuk zijn.

De onderzoeksmogelijkheden tijdens een onderzoek

De inspectiedienst beschikt tijdens een onderzoek over verschillende onderzoeksmogelijkheden. De Inspecteur-generaal en de inspecteurs kunnen indien dat nodig is:

  • personen identificeren;
  • personen verhoren;
  • een schriftelijke bevraging houden;
  • onderzoeken ter plaatse voeren;
  • informaticasystemen raadplegen en de gegevens die ze bevatten kopiëren;
  • informatie elektronisch raadplegen;
  • goederen of informaticasystemen in beslag nemen of verzegelen;
  • de identificatie van de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een elektronische communicatiedienst of van het gebruikte elektronisch communicatiemiddel vorderen.

Het legitimatiebewijs

De Inspecteur-generaal en de inspecteurs zijn bij de uitvoering van hun opdrachten in het bezit van het legitimatiebewijs van hun ambt. Zij moeten dat desgevraagd aanstonds tonen.

Het model van het legitimatiebewijs werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2019.

De procedure voor het afsluiten van een onderzoek

Aan het einde van het onderzoek stelt de betrokken inspecteur in overleg met de Inspecteur-generaal een verslag op. Dat wordt bij het dossier gevoegd. In het verslag worden de gebruikte onderzoeksmogelijkheden, de vaststellingen en de beslissing van de Inspecteur-generaal vermeld.

De Inspecteur-generaal kan rekening houdend met de vermelde vaststellingen één van de volgende beslissingen nemen:

  • het dossier overmaken aan de voorzitter van de Geschillenkamer;
  • het dossier overmaken aan de procureur des Konings wanneer de feiten een strafrechtelijke inbreuk kunnen vormen;
  • het dossier seponeren;
  • het dossier overmaken aan een gegevensbeschermingsautoriteit van een andere staat.
Inspecteur-Generaal: Peter van den Eynde

Wat is de Geschillenkamer ?

De Geschillenkamer is het administratief geschillenorgaan van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Zij heeft tot taak tussenbeide te komen om de regels te doen naleven in zaken die bij haar aanhangig worden gemaakt op basis van een klacht van een burger dan wel in het kader van een inspectie uitgevoerd op eigen initiatief van de GBA. Ze behandelt eveneens zaken die haar door de toezichthoudende autoriteiten van andere EU-lidstaten worden aangereikt in het kader van het één-loketmechanisme voorzien door de AVG, waarbij de GBA desgevallend optreedt als leidende of betrokken autoriteit.

De Geschillenkamer heeft de bevoegdheid om  diverse corrigerende maatregelen alsook administratieve boetes op te leggen. De procedure voor de Geschillenkamer vindt plaats met inachtneming van de procesrechtelijke beginselen.

Rol in de bescherming van persoonsgegevens

De Geschillenkamer draagt, als onderdeel van de GBA,  een grote verantwoordelijkheid voor het toezicht op de toepassing en de naleving van de AVG. Hoewel de procedure voor de Geschillenkamer quasi-gerechtelijke kenmerken heeft, maakt de Geschillenkamer geen deel uit van de rechterlijke macht.
De Geschillenkamer is afhankelijk van de bij haar aanhangig gemaakte zaken en neemt geen eigen initiatief.

De Geschillenkamer werkt op basis van de volgende uitgangspunten:

  1. Inhoudelijke filosofie. De Geschillenkamer hecht belang aan technologische innovatie, die vanzelfsprekend dient plaats te vinden met respect voor de privacy-rechten van burgers. Tevens houdt zij bij de uitvoering van haar taak uiteraard ook rekening met de bescherming van andere (grond)rechten.
    Tot slot kan de Geschillenkamer zaken seponeren vanwege een gebrek aan strategisch belang, voor zover dit geen afbreuk doet aan de onder 2 tot en met 6 geformuleerde uitgangspunten, en voldoet aan de eisen van de rechtspraak van het Marktenhof te Brussel.
  2. Laagdrempelige rechtsbescherming. Het klachtrecht bij de GBA is een alternatief voor een beroep op de burgerlijke of administratieve rechter en moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor de burger. De wetgever heeft bijvoorbeeld niet gewild dat partijen steeds door een advocaat worden bijgestaan.
  3. Onpartijdigheid. Bij de beoordeling van geschillen wordt elke partijdigheid en vooringenomenheid vermeden. Het recht op tegenspraak staat centraal bij de behandeling van de geschillen.
  4. Doeltreffendheid. De Geschillenkamer moet zaken snel kunnen behandelen, uiteraard met inachtneming van de proceswaarborgen, zoals het genoemde recht op tegenspraak alsook de rechten van verdediging.
  5. Transparantie. In de mate dat dit relevant is en voor zover mogelijk, zorgt de Geschillenkamer voor transparantie van uitgangspunten, procedures en beslissingen. In beginsel worden alle beslissingen van de Geschillenkamer op de website gepubliceerd (zie hieronder).
  6. Samenwerking. In de mate waar relevant en mogelijk, werkt de Geschillenkamer samen met andere toezichthouders in België en met collega-toezichthouders in de EER en soms daarbuiten (zoals de Britse toezichthouder).

Samenstelling

De Geschillenkamer bestaat naast de voorzitter uit zes externe leden die op basis van hun bijzondere expertise door de Kamer van volksvertegenwoordigers zijn benoemd. Daarnaast wordt zij bijgestaan door een team van juridische adviseurs en een griffie.
In zaken die bij haar aanhangig worden gemaakt, zetelt de voorzitter of een van de leden van de Geschillenkamer alleen, tenzij de voorzitter overeenkomstig de bepalingen van het reglement van interne orde besluit om met drie leden te zetelen.

In de praktijk zetelt de Geschillenkamer met drie leden in alle zaken die ten gronde worden behandeld. Normaal gesproken zetelt de voorzitter alleen in het geval van een zogenaamde "light"-procedure die bijvoorbeeld leidt tot een seponering of tot een bevel waarbij de verwerkingsverantwoordelijke wordt verplicht te reageren op het verzoek van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen (zie hieronder).

Voorzitter: Hielke Hijmans

Leden:

  • Yves Poullet

  • Romain Robert

  • Dirk Van der Kelen

  • Jelle Stassijns

  • Christophe Boeraeve

  • Frank De Smet

Werking en bevoegdheid

De Geschillenkamer kan worden gevat hetzij op basis van een door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaarde en haar overgemaakte klacht hetzij op basis van een onderzoeksrapport opgesteld door de inspectiedienst.

Wanneer de verwerking van gegevens grensoverschrijdend is, kan de zaak ook door een Gegevensbeschermingsautoriteit van een ander EER-land (Europese Economische Ruimte) aan de Geschillenkamer worden voorgelegd. Dit zal met name het geval zijn wanneer deze andere instantie een klacht heeft ontvangen, doch de verantwoordelijke voor de verwerking daadwerkelijk in België is gevestigd.  

Dit dossier zal desgevallend worden behandeld in het kader van het één-loketmechanisme voorzien door de AVG, waarbij de GBA optreedt als leidende of betrokken autoriteit. De behandeling van deze grensoverschrijdende zaak zal plaatsvinden in nauwe samenwerking met de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de EER, in het kader van de daartoe specifiek voorziene procedure.

In de praktijk worden de meeste zaken waarin de Geschillenkamer wordt gevat, behandeld naar aanleiding van een klacht overgemaakt door de Eerstelijnsdienst.
De Geschillenkamer kan tevens gevat worden in geval van een beroep tegen bepaalde maatregelen genomen door de inspectiedienst.

Eens gevat, kan de Geschillenkamer:

  1. de inspectiedienst vragen om een onderzoek uit te voeren; of
  2. de klacht te behandelen zonder deze door te verwijzen naar de inspectiedienst.

Zodra zij heeft besloten een klacht te behandelen, kan de Geschillenkamer kiezen voor een zogenaamde "light"-procedure of een procedure ten gronde.

In het kader van een zogenaamde "light"-procedure kan de Geschillenkamer de verwerkingsverantwoordelijke met name bevelen te voldoen aan het verzoek van een betrokkene om zijn rechten uit te oefenen. Zij kan het dossier ook seponeren, waarschuwingen formuleren of bijvoorbeeld het dossier doorsturen naar het parket van de procureur des Konings van Brussel.

In het kader van de procedure ten gronde zal de Geschillenkamer de partijen vragen hun respectieve argumenten naar voren te brengen door middel van een uitwisseling van conclusies, desgevallend op basis van de vaststellingen opgenomen in het onderzoeksrapport van de Inspectiedienst.
Volgend op deze uitwisseling van de conclusies, zal de Geschillenkamer een beslissing ten gronde  nemen, waarbij zij kan beslissen om:

  • de klacht te seponeren;
  • de buitenvervolgingstelling te bevelen;
  • de opschorting van de uitspraak te bevelen;
  • een schikking voor te stellen;
  • waarschuwingen en berispingen te formuleren;
  • te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
  • dwangsommen op te leggen;
  • administratieve geldboeten op te leggen;

Indien de klacht betrekking heeft op een grensoverschrijdende verwerking, zoals hierboven beschreven, moet de beslissing van de Geschillenkamer worden genomen in samenwerking met de toezichthoudende autoriteiten van de andere betrokken landen.  

Beroep

Tegen de beslissingen van de Geschillenkamer kan binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (Hof van Beroep te Brussel).

Beleid inzake de publicatie van beslissingen

De wet van 3 december 2017 verleent de Geschillenkamer van de GBA de bevoegdheid om haar beslissingen te publiceren. Het beleid van de Geschillenkamer in dit verband is uitgewerkt in een nota.

De beslissingen van de Geschillenkamer zijn te vinden op de website van de GBA onder het tabblad "Publicaties".

Beleid inzake dwangsommen

De wet van 3 december 2017 verleent de Geschillenkamer de bevoegdheid om dwangsommen op te leggen. Het beleid van de Geschillenkamer inzake dwangsommen is uitgewerkt in een nota.

Taalbeleid

De Geschillenkamer heeft een taalbeleid vastgelegd inzake de taal die zij hanteert bij de uitvoering van haar bevoegdheden overeenkomstig  de wet van 3 december 2017.
Het beleid van de Geschillenkamer in dit verband is uitgewerkt in een nota.

Nota inzake de positie van de klager

De (tussen)beslissingen van de Geschillenkamer zijn gebaseerd op de vigerende wetgeving. Maar waar de wetgeving haar die appreciatiemarge laat, streeft de Geschillenkamer in haar (tussen)beslissingen steeds naar oplossingen die bijdragen aan het nuttig effect van het Europees recht.

De Geschillenkamer heeft een nota uitgewerkt om meer transparantie te scheppen over het beleid dat zij ter zake voert.

Interessante links